Techniek voor het leven Ga naar inhoud
Home > Hoe werkt het?
U heeft de flash plugin niet op uw computer staan.
U kunt deze hier gratis downloaden.

Inschakelen van het systeem

Het systeem wordt ingeschakeld wanneer de auto in de achteruitversnelling wordt gezet. Het systeem blijft nu in werking totdat de bestuurder de auto weer in neutraal of vooruit zet.

Het inschakelen van het frontsysteem (indien aanwezig) vereist slechts één extra handeling. Nadat de auto in de achteruit versnelling gezet is, dient de bestuurder de activatieknop in te schakelen. Nu is ook het frontsysteem geactiveerd. Nadat het systeem 20 seconden lang geen objecten meer heeft opgemerkt zal het automatisch worden uitgeschakeld.

De werking van het systeem

De Bosch Parkpilot registreert objecten met behulp van ultrasoon sensoren. Deze sensoren zenden echo-signalen uit die door (eventuele) obstakels achter (of voor) de auto worden gereflecteerd. De Bosch Parkpilot sensoren vangen deze (gereflecteerde) signalen weer op en sturen deze door naar het centrale stuurapparaat. Het stuurapparaat vertaalt dit in een waarschuwingssignaal dat aan de bestuurder kenbaar gemaakt wordt, zowel optisch (via LED's) als akoestisch.

De sensoren hebben een openingshoek van 120°. Hierdoor overlappen zij elkaar in de breedte en blijft geen enkele ruimte onbewaakt.

Zelf-diagnose

Elke keer als het systeem geactiveerd wordt door de bestuurder ondergaat het een 'self-check'. Eventuele fouten zijn op het display of via een akoestisch signaal duidelijk herkenbaar. Hierdoor weet u zeker dat uw systeem altijd betrouwbaar werkt.

De werking in overzicht:

  • Inschakelen van het systeem via de achteruit
    versnelling (eventueel met indrukken schakelaar)
  • Ultrasoon sensoren zenden signaal uit
  • Signaal wordt gereflecteerd door obstakels
  • Gereflecteerd signaal wordt vertaald en als waarschuwing aan de bestuurder doorgegeven
  • Bij elke activatie voert het systeem een zelf-diagnose uit
Bosch Parkpilot
Test Bosch Parkpilot online!